Onderdeel van een pijlkoker

Versteviger voor een pijlkoker die - volgens oude beschrijvingen - gemaakt was van walvisdarmen. De pijlkoker zelf is niet bewaard gebleven. Vermoedelijk stamt het object ten zuiden van de lijn Kotzebue - St. Michael - Tanana Rivier - Sitka stamt, het leefgebied van de meest westelijke Inupiaq, de Yup'ik en de Sugpiaq.<BR> <BR> Pijl en boog werden gebruikt bij de jacht en de oorlogvoering. Voor de jacht op groot wild en in conflicten met andere territoriale groepen werden wat langere pijlen gebruikt, voor de jacht op kleine landdieren kortere. In de manier van jagen met pijl en boog bestonden regionale voorkeuren. Hoewel de Inuit rond Kotzebue Sound vast en zeker met pijl en boog op groot wild gejaagd moeten hebben, zetten zij voor kariboes, beren en bergschapen ook dodelijke vallen op. De Yup'ík van Zuidwest-Alaska jaagden met pijl en boog op kariboes. Kleinere dieren werden eerder met vallen of netten gevangen. De Inuit van Nunivak Island jaagden met pijl en boog op kariboes. Voor zeevogels gebruikte men vogelsperen. De Pacific Inuit (Alutiiq of Sugpiaq geheten) lijken bij de jacht ter zee als het om otters ging de voorkeur gegeven te hebben aan de werpspies (dart) en harpoenpijl. Met pijl en boog schieten en tegelijk moeten varen is immers lastig, zolang men niet in een meerpersoonskajak (baidarka) vaart. Maar bij de jacht op zeevogels gebruikte men pijl en boog, en een pijlenkoker werd mee in de boot genomen.<BR> <BR> Behalve een jachtwapen vormden pijl en boog ook een strijdwapen, Hoewel het woongebied tamelijk uitgestrekt was en in principe genoeg bood om in het levensonderhoud te kunnen voorzien, waren schaarste en hongersnood niet bepaald onbekend. De bevolking was, vóór de verspreiding van besmettelijke en dodelijke ziekten door de Europeanen, ook omvangrijker. Onderlinge conflicten kwamen daarom vaker voor dan men zou denken. Het ging daarbij om meer dan alleen maar bloedwraak of vrouwenroof. Conflicten hadden vaak een economische oorzaak. Men probeerde namelijk in termen van diversiteit van het ecosysteem en van beschikbare producten voor consumptie en handel goede allianties te vormen, en een eigen territorium of zone af te bakenen tegenover vreemden. Dit betekende meestal dat een groep aan de kust zich verbond met een in het binnenland, of dat eilandbewoners het met kustbewoners op een accoord gooide. <BR> <BR> Conflicten waren altijd te verwachten. Zowel in Alaska als Siberië hielden de mannen zich in fysiek goede conditie en oefenden zij met hun wapens, die volgens mededelingen van westerse handelaren en reizigers vrijwel altijd in goede staat verkeerden. Mensen waren daarom op hun hoede en gereed om een aanval af te slaan. Een favoriete tactiek was ook een bloedbad aanrichten als de vijand zich verzameld had voor een religieus festival in het feesthuis. Om dit soort gevaren tegen te gaan waren de mannen altijd bewapend en hadden gemeenschapshuizen geheime uitgangen. Men mag ook veronderstellen dat er mannen op wacht stonden. Tussen de verschillende Inuit-groepen, zoals in het gebied van Kotzebue Sound, heersten er wederzijdse vooroordelen en verdenkingen, en was een gewapend conflict tot in de eerste helft van de 19e eeuw geen uitzondering. Al zijn verhalen uit de mondelinge overlevering vaak wat overdreven en stigmatiserend, ze getuigen op zich van conflictsituaties die een mate van realiteit gehad moeten hebben. Verhalen over conflicten tussen de Alaskaanse Bering Straat Inuit en de Siberische Inuit komen voor in de lokale volksoverlevering en in Russische berichten. Ook waren er vijandelijkheden met de Athapascan Indianen en met Inuitgroepen waaraan men niet verwant was en ook geen alliantie mee had. De Inuit van Nunivak Island kennen eveneens verhalen over hoe 'vastelanders' raids uitvoerden op hun eiland, en hoe zij op hun beurt overvallen op het vasteland pleegden. Het leiden van zo'n actie leverde bewondering op en boezemde ontzag en zelfs vrees in. Bij zo 'n overval was het de bedoeling een (nachtelijke) verrassingsaanval te plegen terwijl de bewoners in hun huizen waren, en vrijwel iedereen, vrouwen en kinderen niet uitgezonderd, om het leven te brengen. Soms werden enkele vrouwen gespaard, maar zij werden slechts kort in leven gehouden en stierven een vreselijke marteldood. Dat men aan deze hit and run tactieken de voorkeur gaf wil niet zeggen dat het nooit tot een gevecht 'op het slagveld' kwam. De Alaskaanse Inuit waren bekend met de principes van de open of gesloten gevechtslinie, en zij letten op terreinvoordeel en de windrichting. Boogschutters begonnen het gevecht, en daarna volgde een massale aanval met de 'hoofdmacht', die bewapend was met speren, knotsen en messen. <BR> <BR> Dat men min of meer altijd leefde in vrees voor een conflict, en dat het nogal eens tot vechten kwam en er geen pardon verleend werd, wil niet zeggen dat de Inuit agressief waren. Er waren factoren die de kans op een conflict juist verminderden. Omdat er bij de Inuit van geringe sociale gelaagdheid sprake was, leverde een conflict een hoofdman niet beduidend meer politieke macht op, bijvoorbeeld over meerdere, grotere groepen. Om politieke redenen de strijd aangaan was geen motief. Men stelde evenmin belang in het verwerven van slaven, zoals bijvoorbeeld de Unangan deden. Noch de Inuit van Alaska, noch die van elders in Noord-Amerika waren ooit uit op het vestigen van iets wat in de verste verten op een 'rijk' leek. Behalve het conflict opzoeken vermeden de Inuit het soms ook bewust. Wanneer een conflict dreigde, besloot een van de betrokken partijen bijvoorbeeld te verhuizen. En behalve desintegrerende krachten, waren er tevens omstandigheden die tot op zekere hoogte integrerend werkten, zoals het groeiend aantal jaarmarkten en de zogenaamde Boodschapperfeesten tussen november en januari, die een gunstige uitwerking hadden op de vriendschappelijke betrekkingen tussen nederzettingen. Van betekenis was ook het Christendom, eerst geïntroduceerd door de Russen, later door Amerikaanse en Europese zendelingen. De traditionele religie en spiritualiteit van de Inuit werden vervangen door christelijke waarden en normen. Hoe men ook tegen dit proces en tegen de soms gebruikte methoden aan moge kijken -de aanvaarding van het Christendom hing zeker deels samen met het prestige van westerse goederen en het kinderen gedwongen naar kostschool sturen betekende een aantasting van de vroegere vrijheden- de introductie van het Christendom zorgde wel dat sommige aanleidingen tot een conflict, zoals bloedwraak en vrouwenroof, veel minder voorkwamen.<BR> <BR> <BR> <BR> <BR> <BR> <BR> <BR> <BR> <BR> <BR> <BR> <BR>

Onderdeel van een pijlkoker

Versteviger voor een pijlkoker die - volgens oude beschrijvingen - gemaakt was van walvisdarmen. De pijlkoker zelf is niet bewaard gebleven. Vermoedelijk stamt het object ten zuiden van de lijn Kotzebue - St. Michael - Tanana Rivier - Sitka stamt, het leefgebied van de meest westelijke Inupiaq, de Yup'ik en de Sugpiaq.<BR> <BR> Pijl en boog werden gebruikt bij de jacht en de oorlogvoering. Voor de jacht op groot wild en in conflicten met andere territoriale groepen werden wat langere pijlen gebruikt, voor de jacht op kleine landdieren kortere. In de manier van jagen met pijl en boog bestonden regionale voorkeuren. Hoewel de Inuit rond Kotzebue Sound vast en zeker met pijl en boog op groot wild gejaagd moeten hebben, zetten zij voor kariboes, beren en bergschapen ook dodelijke vallen op. De Yup'ík van Zuidwest-Alaska jaagden met pijl en boog op kariboes. Kleinere dieren werden eerder met vallen of netten gevangen. De Inuit van Nunivak Island jaagden met pijl en boog op kariboes. Voor zeevogels gebruikte men vogelsperen. De Pacific Inuit (Alutiiq of Sugpiaq geheten) lijken bij de jacht ter zee als het om otters ging de voorkeur gegeven te hebben aan de werpspies (dart) en harpoenpijl. Met pijl en boog schieten en tegelijk moeten varen is immers lastig, zolang men niet in een meerpersoonskajak (baidarka) vaart. Maar bij de jacht op zeevogels gebruikte men pijl en boog, en een pijlenkoker werd mee in de boot genomen.<BR> <BR> Behalve een jachtwapen vormden pijl en boog ook een strijdwapen, Hoewel het woongebied tamelijk uitgestrekt was en in principe genoeg bood om in het levensonderhoud te kunnen voorzien, waren schaarste en hongersnood niet bepaald onbekend. De bevolking was, vóór de verspreiding van besmettelijke en dodelijke ziekten door de Europeanen, ook omvangrijker. Onderlinge conflicten kwamen daarom vaker voor dan men zou denken. Het ging daarbij om meer dan alleen maar bloedwraak of vrouwenroof. Conflicten hadden vaak een economische oorzaak. Men probeerde namelijk in termen van diversiteit van het ecosysteem en van beschikbare producten voor consumptie en handel goede allianties te vormen, en een eigen territorium of zone af te bakenen tegenover vreemden. Dit betekende meestal dat een groep aan de kust zich verbond met een in het binnenland, of dat eilandbewoners het met kustbewoners op een accoord gooide. <BR> <BR> Conflicten waren altijd te verwachten. Zowel in Alaska als Siberië hielden de mannen zich in fysiek goede conditie en oefenden zij met hun wapens, die volgens mededelingen van westerse handelaren en reizigers vrijwel altijd in goede staat verkeerden. Mensen waren daarom op hun hoede en gereed om een aanval af te slaan. Een favoriete tactiek was ook een bloedbad aanrichten als de vijand zich verzameld had voor een religieus festival in het feesthuis. Om dit soort gevaren tegen te gaan waren de mannen altijd bewapend en hadden gemeenschapshuizen geheime uitgangen. Men mag ook veronderstellen dat er mannen op wacht stonden. Tussen de verschillende Inuit-groepen, zoals in het gebied van Kotzebue Sound, heersten er wederzijdse vooroordelen en verdenkingen, en was een gewapend conflict tot in de eerste helft van de 19e eeuw geen uitzondering. Al zijn verhalen uit de mondelinge overlevering vaak wat overdreven en stigmatiserend, ze getuigen op zich van conflictsituaties die een mate van realiteit gehad moeten hebben. Verhalen over conflicten tussen de Alaskaanse Bering Straat Inuit en de Siberische Inuit komen voor in de lokale volksoverlevering en in Russische berichten. Ook waren er vijandelijkheden met de Athapascan Indianen en met Inuitgroepen waaraan men niet verwant was en ook geen alliantie mee had. De Inuit van Nunivak Island kennen eveneens verhalen over hoe 'vastelanders' raids uitvoerden op hun eiland, en hoe zij op hun beurt overvallen op het vasteland pleegden. Het leiden van zo'n actie leverde bewondering op en boezemde ontzag en zelfs vrees in. Bij zo 'n overval was het de bedoeling een (nachtelijke) verrassingsaanval te plegen terwijl de bewoners in hun huizen waren, en vrijwel iedereen, vrouwen en kinderen niet uitgezonderd, om het leven te brengen. Soms werden enkele vrouwen gespaard, maar zij werden slechts kort in leven gehouden en stierven een vreselijke marteldood. Dat men aan deze hit and run tactieken de voorkeur gaf wil niet zeggen dat het nooit tot een gevecht 'op het slagveld' kwam. De Alaskaanse Inuit waren bekend met de principes van de open of gesloten gevechtslinie, en zij letten op terreinvoordeel en de windrichting. Boogschutters begonnen het gevecht, en daarna volgde een massale aanval met de 'hoofdmacht', die bewapend was met speren, knotsen en messen. <BR> <BR> Dat men min of meer altijd leefde in vrees voor een conflict, en dat het nogal eens tot vechten kwam en er geen pardon verleend werd, wil niet zeggen dat de Inuit agressief waren. Er waren factoren die de kans op een conflict juist verminderden. Omdat er bij de Inuit van geringe sociale gelaagdheid sprake was, leverde een conflict een hoofdman niet beduidend meer politieke macht op, bijvoorbeeld over meerdere, grotere groepen. Om politieke redenen de strijd aangaan was geen motief. Men stelde evenmin belang in het verwerven van slaven, zoals bijvoorbeeld de Unangan deden. Noch de Inuit van Alaska, noch die van elders in Noord-Amerika waren ooit uit op het vestigen van iets wat in de verste verten op een 'rijk' leek. Behalve het conflict opzoeken vermeden de Inuit het soms ook bewust. Wanneer een conflict dreigde, besloot een van de betrokken partijen bijvoorbeeld te verhuizen. En behalve desintegrerende krachten, waren er tevens omstandigheden die tot op zekere hoogte integrerend werkten, zoals het groeiend aantal jaarmarkten en de zogenaamde Boodschapperfeesten tussen november en januari, die een gunstige uitwerking hadden op de vriendschappelijke betrekkingen tussen nederzettingen. Van betekenis was ook het Christendom, eerst geïntroduceerd door de Russen, later door Amerikaanse en Europese zendelingen. De traditionele religie en spiritualiteit van de Inuit werden vervangen door christelijke waarden en normen. Hoe men ook tegen dit proces en tegen de soms gebruikte methoden aan moge kijken -de aanvaarding van het Christendom hing zeker deels samen met het prestige van westerse goederen en het kinderen gedwongen naar kostschool sturen betekende een aantasting van de vroegere vrijheden- de introductie van het Christendom zorgde wel dat sommige aanleidingen tot een conflict, zoals bloedwraak en vrouwenroof, veel minder voorkwamen.<BR> <BR> <BR> <BR> <BR> <BR> <BR> <BR> <BR> <BR> <BR> <BR> <BR>